Vraag
Hoe ervaren patiënten hun hersenbeschadiging?
Samenvatting van het antwoord
De hersenen bestaan uit twee helften die er op het oog gelijk (maar gespiegeld) uitzien. Hun functies zijn echter allerminst gelijk. We spreken van hemisfeerspecialisatie. Het is wonderbaarlijk dat zich deze verschillen in functie in de evolutie ontwikkeld hebben. De linker hemisfeer heeft zich gespecialiseerd in taal en is sterk gericht op de analyse van details. De rechter hemisfeer heeft zich meer toegelegd op ruimtelijke oriëntatie en houdt zich meer bezig met het overzicht, het geheel (holistisch). Bij beschadiging van de rechter hemisfeer door een beroerte of trauma kan de patiënt een linkszijdige verlamming hebben. Daarnaast kunnen er stoornissen van de aandacht en ruimtelijke oriëntatie zijn: de patiënt heeft minder aandacht voor de linkerzijde van de ruimte (neglect), kan verdwalen en mist het overzicht.
Inhoudsopgave
- Theorieën over hemisfeerspecialisatie
- Klinische voorbeelden rechter hemisfeer stoornissen
- Het verhaal van Henk
- Het herstel van Henk
Theorieën over hemisfeerspecialisatie
Midden 19e eeuw werd ontdekt dat taal gekoppeld is aan de linker hemisfeer. Wanneer patiënten met afasie een verlamming hadden, was deze altijd rechtszijdig. Taal moet dus links zitten. Vanaf dat moment noemde men de linker hemisfeer dominant. De rechter hemisfeer was de “minor” hemisfeer, de ondergeschikte. Pas later bleek dat ook de rechter hemisfeer zijn specifieke functies heeft. Mensen met rechter hemisfeerschade hebben allerlei stoornissen, o.a. linkszijdig neglect, ruimtelijke oriëntatiestoornissen, stoornissen van het lichaamsschema en soms zelfs opvallende non-verbale communicatieproblemen: ze hebben moeite met de gevoelswaarde, mimiek, gebaren en met de grote lijn van het verhaal. Soms slaan de opvattingen over de rechter hemisfeer wel een beetje op hol: creativiteit, fantasie, muziek worden kritiekloos weggezet in de rechter hemisfeer. We zijn daar nu voorzichtiger in geworden: uit beeldvormend onderzoek blijkt dat functies vrijwel altijd leunen op neurale netwerken met knooppunten in beide hemisferen.
De term “dominantie” wordt echter nog steeds gebruikt, maar is dus eigenlijk onjuist. We spreken tegenwoordig van “complementaire specialisatie”: de hemisferen vullen elkaar aan. De linker hemisfeer heeft oog voor het detail, de rechter overziet het geheel. Via het corpus callosum, de grote verbinding tussen de hersenhelften, worden deze twee manieren van informatieverwerking aan elkaar gekoppeld, zodat onze wereld niet “verknipt” is.
Klinische voorbeelden van rechter hemisfeer stoornissen
Een veelvoorkomende stoornis is linkszijdig neglect: de patiënt heeft minder aandacht voor de linkerkant van zijn lichaam en de hem omringende ruimte (let wel: neglect komt ook, maar minder vaak, voor bij linker hemisfeer beschadiging). Ruimtelijke stoornissen uiten zich doordat de patiënt moeite heeft de weg te vinden en soms verdwaalt. Ook het aankleden kan bemoeilijkt zijn: om een overhemd aan te kunnen trekken moet je weten wat binnen-buiten, boven-onder en voor-achter is. Ook stoornissen van het lichaamsschema spelen hierbij mee. Fascinerend zijn de merkwaardige “menstekeningen” van patiënten met rechter hemisfeer beschadiging: volstrekt misvormd en onherkenbaar. Er zijn ook typische rechter hemisfeer communicatiestoornissen: mimiek, gebaren, intonatie worden niet goed gebruikt of opgepakt. Uitdrukkingen als “spijkers op laag water zoeken” worden letterlijk opgevat en de rode draad in een betoog wordt gemist. Bij het afnemen van een test is soms de detaillistische aanpak opvallend: bij het natekenen van een huis worden grove fouten gemaakt in de ruimtelijke ordening en bladverdeling, terwijl details minutieus worden weergegeven (zie figuur). Een patiënt stond op de stoeprand; op de vraag of hij hulp nodig had zei hij: “ik wil oversteken, maar kan het moment niet vinden; ik mis het overzicht”.

Natekenen van een huis. Ruimtelijk misvormd, maar oog voor detail.
Het verhaal van Henk
Henk krijgt op zijn 38-ste ineens een herseninfarct achter in de rechter hemisfeer. Hij is aanvankelijk linkszijdig verlamd, maar dat herstelt vrij snel tijdens zijn revalidatieperiode. Veel hardnekkiger zijn de linkszijdige gezichtsvelduitval en het linkszijdig neglect. Dat veroorzaakt allerlei incidenten. Als hij buiten gaat wandelen, is hij angstig, niet omdat hij slecht ter been is, maar omdat hij ruimtelijk gedesoriënteerd is. Steeds moet hij zich afvragen: “Waar ben ik?”, “Kan ik de weg wel terugvinden?”. Hij heeft grote moeite met de ruimtelijke voorstelling. Voordat je op pad gaat naar de stad, roep je in gedachten een beeld op van hoe je loopt of fietst, en hoe je van de ene naar de andere winkel gaat. Dat gaat Henk niet gemakkelijk af: steeds plaatst de werkelijkheid hem voor verrassingen: “Waar komt die brug ineens vandaan?” “Wat raar, er zit een bocht in de weg”. Deze stoornissen zijn behoorlijk hardnekkig en vervolgen Henk jarenlang. Zijn herstel strekt zich uit over een periode van ruim 20 jaren, steeds zijn er kleine stapjes, steeds zijn er weer nieuwe activiteiten mogelijk: zwemmen, hardlopen, fluitspelen. Henk ervaart zeer sterk dat er een prijskaartje hangt aan zijn herstel: hij kan bijna alles weer, maar het kost hem veel energie. Dat uit zich in vermoeidheid die sneller toeslaat. Henk moet altijd goed vooruitdenken: ga ik naar dat “gezellige” feestje als ik weet dat ik daarna twee dagen lang oververmoeid ben?
Het herstel van Henk
Henk laat zien dat zelfs bij relatief grote herseninfarcten een aanzienlijk herstel mogelijk is. Op de eerste plaats speelt hierbij een rol dat Henk gemotiveerd is en doorzettingsvermogen heeft. Hij is analytisch ingesteld en wil zoveel mogelijk zelf de regie houden over zijn functioneren. Meerdere herstelmechanismen hebben bij hem een rol gespeeld (zie ook boek Leven na hersenbeschadiging). Door intensief oefenen vindt er een herinrichting van het brein plaats: gezonde hersengebieden of banen nemen de functie over (neurale reorganisatie). Sommige functies, zoals delen van het gezichtsveld, komen bij Henk sprongsgewijs terug, wellicht uitgelokt door omgevingsprikkels (neurale reactivatie). Henk zet ook compensaties in: om niet te verdwalen benoemt hij hardop de straten waar hij doorheen loopt (functionele reorganisatie). En, als het echt niet anders kan, ziet hij af van bepaalde handelingen of past zijn leefomgevings aan: Henk rijdt in een automaat-auto en ziet af van badmintonspelen. Echter, zoals gezegd, aan dit herstel hangt een prijskaartje: hij moet bij een bepaalde taak veel meer hersengebieden inzetten. Dat kost energie (zuurstof) en maakt dat hij veel eerder moe is. Het leven gaat anders verder, dat is een realiteit die hij onder ogen ziet.
Het boek “Hersteld maar niet genezen”
Wil je hier meer over weten? Lees dan dit boek. Henk beschrijft openhartig wat hem overkwam en hoe hij stapsgewijs weer zijn leven oppakt. Neurowetenschapper Ben van Cranenburgh geeft steeds commentaar en legt zo een verbinding tussen de werkelijkheid die Henk beschrijft en de neurowetenschappelijke inzichten die deze werkelijkheid kunnen verklaren. Erik Scherder schrijft in het voorwoord: “Het boek raakt je en leert je”.
Gerelateerde onderwerpen
Boek Leven na hersenbeschadiging
Boek Hersteld maar niet genezen
Boek Positieve Neurologie
Boek Neurorevalidatie
Boek Neuropsychologie
Video BSL-boeken






